Elk jaar zijn ze er. Elke zomer komen enkele dames ons huis verkennen, te beginnen met het toilet. Nadat deze is goedgekeurd, gaan ze terug om meer vrouwelijk schoon te halen. Samen zetten ze een reukspoor uit, zodat ze de weg terug kunnen vinden naar De Koningin en haar kroost. De Koningin is niet voor niets koningin. Een mevrouw van koninklijke bloede is te belangrijk om zelf eten te zoeken. Daar heeft ze hofdames voor. En deze hofdames, komen in grote getale, bij ons op visite om kruimels op te ruimen.

Ik dacht bijna dat ze dit jaar zouden overslaan, maar mijn moeder jinxte het, door het hardop te zeggen. Slechts één jaar hebben ze overgeslagen. En nu zijn ze er weer. Wij hebben niet alleen de eer om De Koningin en haar gevolg van eten te voorzien, we hebben ook vorstelijk bezoek in de achtertuin.

Ondankbare zwijnen als we zijn, geven we ze vergif en poeder, in plaats van kruimels. Wij vinden De Koningin en haar onderdanen maar vieze, irritante wezentjes. Dus elk jaar hebben we niet enkel nieuwe huisdieren of royaal bezoek, maar we verklaren hen de oorlog. Ook al winnen we, de victorie is klein, daar een nieuwe koningin weer zal herrijzen om opnieuw een poging te doen om ons huis in te nemen. Maar ook wij blijven vechten. Zij zijn misschien groot in aantal, wij zijn groter in gestalte!

Hare Majesteit in de achtertuin bleek minder onwenselijk te zijn, dan wij oorspronkelijk dachten. Haar soortgenoten vliegen een beetje rond, stoppen stuifmeel in hun korfje en gaan weer terug naar paleis De Schuur. Als ze zo braaf blijven, vind ik hun aanwezigheid niet zo storend. De Koningin daarentegen…

Één van Hare Majesteit’s metgezellen.