Lara keek op van haar boek. Mama was weer aan het ruzie maken met de tantes en ome Geert. Oma zat te huilen in haar stoel, terwijl ze haar kinderen smeekte om op te houden. Ze ademde zwaar en zat vast aan allemaal draadjes. Mama gilde dat Oma haar mond moest houden, maar Oma begon alleen maar harder te huilen, enkel onderbroken door hoge piep geluiden als ze probeerde in te ademen. Mama’s gezicht was rood aangelopen en ze sloeg Oma in het gezicht. Ineens was het stil. Niemand zei wat. Er klonk enkel het zware ademen van een zwaar geschrokken Oma.
Ome Geert verbrak het zwijgen. “ERUIT” bulderde hij met zijn diepe stem. Lara kromp ineen, Oma begon weer te huilen en Mama hief haar hoofd op en liep hooghartig de deur uit. Lara snelde haar achterna. Mama gooide de deur met een klap dicht en eenmaal in de auto, ademde ze een paar keer diep in en uit. Ze liet haar hoofd op het stuur zakken en pas na enige tijd, startte ze de auto. Dat was de laatste keer dat Lara Ome Geert in levende lijve zag.

Mama hakte komkommer op het aanrecht, onderwijl vertelde ze met luide stem over Oma, de tantes en Ome Geert. Papa knikte en gromde wat mee. Met een kwaad gezicht drukte ze haar sigaret uit. Dit ging al weken zo. Sinds de dag dat Oma aan de draadjes moest. Het was vaker voorgekomen dat Mama Oma had geslagen. “Ik sla het verstand wel terug in u” zei ze dan. Lara vond het maar vreemd, want toen zij haar neefje had geslagen, kreeg ze straf. Oma huilde veel en Lara vond het zielig, maar als ze er iets van zei, kreeg zijzelf klappen. Ze kreeg straf omdat ze had gelogen over de koekjestrommel, maar moest van Mama liegen tegen Diezak Inpak. Een vreemde naam, vond Lara. Diezak was heel aardig en eigenlijk had ze de waarheid willen vertellen, maar toen zag ze Mama kijken en besloot ze het maar niet te doen.

Tante Agnes stond voor de deur, met haar armen over elkaar. “Je komt er niet in, Marie, hoe durf je haar te slaan? En we weten dat je het vaker doet!”. Mama lachte schamper en zei “daar dacht die zak in pak anders heel anders over”. Agnes schudde haar hoofd. “Je eigen kind voor je laten liegen, je bent een ziek mens, Marie, ZIEK!”. Marie liep weer rood aan. “Laat Lara dan binnen, zij wil haar oma zien, je onthoud je nichtje toch zeker haar oma niet? Niet dat je enige ervaring hebt met kinderen, aangezien je ze niet eens zelf kan maken!” gilde Mama. Lara vroeg zich af hoe je kinderen maakte en of het aan Tante Agnes kapotte arm lag dat zij het niet kon. Tante Trudie nam Tante Agnes mee naar binnen en Tante Manon nam Lara mee naar binnen. Oma glimlachte naar Lara en wuifde haar dichterbij. Lara werd een beetje bang, maar Tante Manon liep met haar mee. Oma gromde wat en seinde naar de tas. Tante Manon haalde een prachtige porseleinen pop tevoorschijn. Oma seinde naar Lara. “Deze is voor jou Laar” zei Tante Manon. Lara’s ogen glunderden. Ze bedankte Oma en sprokkelde al haar moed bijeen om haar een kusje te geven. Ineens klonk er een lange aanhoudende piep en Tante Agnes viel op haar knieën, luid huilend. Tante Trudie rende naar de telefoon en Tante Manon bracht Lara mee naar buiten. “Het is zo ver, ze is heen gegaan” zei Manon tegen Marie. Marie keek haar jongste zusje koeltjes aan en vroeg enkel wanneer ze naar de notaris gingen. Manon gaf geen antwoord, maar zei wel gedag tegen haar nichtje en ging terug het huis in. Ze liet de deur op een kier, mocht Marie zich nog bedenken en haar moeder willen zien. Marie nam Lara echter weer mee naar huis.

Thuis ging Mama achter de computer, nadat ze de porseleinen pop uitvoerig had bekeken. Papa zei dat ze er waarschijnlijk niet veel geld voor zou krijgen en toen dat waar bleek te zijn, mocht Lara haar pop weer terug. “Doe er maar voorzichtig mee, die pop gaat zo kapot” bromde Mama. Ze moest huilen, maar niet om haar dode moeder. Lara besloot de pop Esmee te noemen. Ze wist niet waarom, maar zo was het.
Lara kreeg een diepe band met Esmee. Ze kon er uren naar staren en het porselein voelde prettig aan. Soms droomde Lara dat Esmee kon praten. Zij praatte graag tegen de pop, aangezien Mama de laatste tijd niet te genieten was. Papa raapte de verscheurde flarden van de brieven op en schudde zacht zijn hoofd. Toen hij Lara zag kijken, schonk hij haar een kleine glimlach. Agenten kwamen Mama ophalen en het duurde altijd een tijdje voor ze weer thuis kwam. Lara hield van haar, maar het was heerlijk zonder Mama thuis. Van Papa mocht ze veel meer en wist ze waar ze aan toe was. Ook kreeg ze geen klappen voor straf. Deze stand van zaken duurde enkele weken. Uiteindelijk liet de politie de familie met rust en de tirannie keerde weer terug.

De tantes kwamen niet meer. Zelfs niet op Lara’s verjaardag. Lara snapte niet waarom en Mama was furieus. Ome Geert stuurde Lara altijd een cadeautje met de post, als hij niet kon komen, maar de postbode bracht niets. Papa legde uit dat Ome Geert bij Oma was. Dat was vreemd want Oma was er niet er meer. Lara wist dat ze beter geen vragen kon stellen en nam Esmee mee naar boven om te spelen. Beneden hoorde ze Mama schreeuwen en krijsen. Servies dat aan diggelen werd gegooid en gesmoorde geluiden van haar vader. Lara wist dat Papa nog vaker straf kreeg dan zijzelf, maar ze begreep niet wat hij verkeerd deed. Ze durfde het niet te vragen, zelfs niet op haar verjaardag, de enige dag dat Mama sowieso geen klappen gaf. Toch verstijfde ze toen ze de snelle voetstappen van haar moeder de trap op hoorde komen. De deur ging open en Lara keek op met grote ogen. Mama stond in de deur opening, beide handen tegen de deurposten, hijgend, met een rood aangelopen gezicht. Lara kende die blik en begon te snikken. Ze hief haar armen verwerend op, maar Mama pakte Esmee en stormde er de trap mee af.

Marie gooide de pop in de tuin, pakte de hamer en begon er als een bezetene op te slaan. Esmee brak in duizenden stukjes en Lara’s hart deed hetzelfde, terwijl ze verschrikt en met afschuw haar moeder gadesloeg. Papa ruimde de porseleinen stukjes op en gooide het in de prullenbak. Hij bracht de snikkende Lara naar bed en beloofde haar een nieuwe pop. Lara wilde geen nieuwe pop. Ze wilde Esmee. De volgende dag, toen Lara terug kwam van school, was het weer raak. Mama stond in de deur opening, een sigaret rokend, met een minachtige blik in haar ogen. Lara was in de problemen. Marie gooide de sigaret van zich af en greep haar dochter ruw bij de arm. Ze sleepte het kind, dat maar verontschuldigingen bleef roepen, naar boven en duwde haar, haar slaapkamer in. Op het bed zat Esmee. Nog geen haarscheurtje in het porselein. Nog geen los draadje aan haar jurkje. Lara’s hart vulde zich met blijschap. Het was geen nieuwe pop, dat kon ze voelen. Dit was Esmee.

“Wat is dat” snauwde Mama in haar oor. Lara was even vergeten dat ze niet alleen in de kamer was.
“Esmee” antwoorde Lara met een brede lach. Deze verdween snel, toen ze het kwade gezicht van haar moeder zag.
“En hoe kan dat, Laar, HOE KAN DAT” bulderde Mama woedend.
“Weet ik niet” fluisterde Lara, haar ogen teneergeslagen.
Mama pakte de hamer, die al die tijd op haar bureautje had gelegen.
“Maak die pop kapot” beval ze.
“Nee!”
Mama greep haar bij de arm en kneep er venijnig in. Ze zwaaide de hamer voor haar dochter.
“Laar, maak die pop kapot of ik maak jouw gezicht kapot”.
Lara slikte. Ze wist dat Mama niet loog en nam de hamer over. Het gereedschap voelde loodzwaar aan. Mama zette Esmee op de grond en met tranen in haar ogen liet Lara de hamer neer komen op Esmee’s fijne gezichtje. Het arme kind had de kracht niet om de pop te breken in het tempo dat Marie verlangde, dus ze trok haar de hamer uit de handen en deed het zelf. Ze liet haar dochter achter in tranen, met de scherpe stukken porselein nog op het kleed.

Na het eten ging Marie altijd even een dutje doen. Gedurende dat dutje wilde ze niet gestoord worden. Papa ruimde de tafel af en Lara mocht kleuren. Seconden later klonk er een ijzingwekkende schreeuw. Papa liet van schrik een bord vallen en keek erna alsof hij water zag branden. Mama stormde naar beneden, haar hand tegen haar hoofd, bloed gutste uit de hoofdwond.
“Die pop, dat ding is vervloekt, het heeft me geslagen” krijste ze. Papa belde de alarmdienst en ze namen Mama mee. Mama bleef enige tijd “weg”. Esmee was weer als nieuw en zat op haar bed. Lara begreep niet hoe het kon, maar was dankbaar. Ze geloofde niet dat Esmee Mama geslagen kon hebben, al had Mama dergelijke straf wel verdiend. Marie werd na enige tijd ontslagen uit de kliniek en keerde terug naar huis. Ze was als herboren, lief en totaal niet meer agressief.

Lara keek er nu zelfs naar uit, om weer naar huis te mogen, als school uit was. Papa en Mama gaven elkaar weer zoentjes en er werd geen geweld meer gebruikt. De angst voor haar moeder slonk en Lara spendeerde steeds minder tijd met Esmee. De pop verscheen nog wel in haar dromen, maar die dromen werden steeds duisterder. Lara stopte Esmee achter in de kast en keek er niet meer naar om. Ze werd er nu een beetje bang van en had tevens vele nieuwe poppen om mee te spelen. Ze negeerde het gefluister dat uit de kast kwam en volgens Papa lag het allemaal aan haar fantasie. Wat fantasie precies was, wist Lara niet, maar Papa zei dat negeren hielp. Papa had het verkeerd.

Lara werd ongeduldig. School was uit en Papa had er allang moeten zijn. Het was een nieuwe routine, waarbij ze thee dronk met Mama en over haar dag vertelde. Tot haar verbazing kwam Tante Manon haar ophalen. Ze gingen niet naar huis, maar naar het ziekenhuis. Papa was van de trap gevallen. Mama was er niet en Papa zat vast aan de draadjes, zoals Oma vlak voor ze “heenging”. Waarheen wist Lara niet, maar ze hadden haar verteld dat Oma niet meer terug kwam. Volgens een vriendinnetje op school, was Oma naar De Hemel. Dat was blijkbaar een populaire plek, want veel opa’s, oma’s, honden, katten en goudvissen gingen daarheen. Dirk beweerde dat zijn broertje daar ook was heen gegaan, als baby. Lara vroeg of Papa ook naar De Hemel ging en Tante Manon wist het niet. Lara zat op een stoel naar haar vader te kijken. Luisterend naar het gepiep. Ze ving flarden op van een gesprek tussen haar tantes.

“Marie moet hem gedaan hebben … hij kan niet zijn gevallen”
-“… ook van Geert, maar … het om een hartaanval ging”
“Mama ook … Marie … zo ziek heeft gemaakt”
-“Hoe kun je zoiets nu beweren?”
“Niet voor niets … kliniek … geslagen heeft”
-“Ze had … nu medicijnen … nee, zou ze niet doen”
“… politie onderzoek … onmogelijk … geduwd”

Het apparaat deed PIEP en zusters snelden de kamer binnen. Lara werd door Tante Manon meegenomen. Ze zag Papa nog één keer, slapend in een kist. Later kwam ze te weten dat hij inderdaad naar De Hemel was gegaan en bij Oma en Ome Geert was. Lara vond het kinderachtig dat zij niet mee mocht. Mama mocht ze alleen zien op het politiebureau. Er werden haar vragen gesteld en Lara begreep er niets van. Ze was huilerig en verward. Tante Manon had Esmee weer opgehaald en Lara had wederom veel steun aan haar pop.

Nog een verjaardag kwam en omdat het arme kind zoveel had meegemaakt, hadden Marie’s zusters al hun geld bijeen gelegd voor een puppy. Een vrolijke labrador retriever met een vacht de kleur van chocolade en grote bruine ogen. Lara noemde hem Sjakie, naar het boek van Roald Dahl. Esmee verdween weer in de kast, daar Sjakie al Lara’s tijd opslokte. Manon was blij hoe haar nichtje opbloeide en zoveel plezier beleefde aan het dier. Helaas was Sjakie geen lang leven beschoren. In het weekend werd hij ziek en ging rap achteruit. Lara was ontroostbaar. Ze zat veel op haar kamer, met de porseleinen pop in haar armen, heen en weer bewegend. Manon maakte zich zorgen om haar nichtje, maar werkte veel. Ze besloot Agnes om hulp te vragen.

Agnes was ongewenst kinderloos en had Lara al vanaf haar geboorte willen verwennen, maar Marie was altijd zo’n heks geweest. Nu ze veel tijd met het meisje doorbracht, had ze spijt. Hoe had ze haar zus nu zo laten dwars zitten? Ze had er al veel eerder voor Lara kunnen zijn, als ze niet zo bang voor Marie was geweest. Lara en Agnes werden zo close, dat de zusters overwogen om haar bij Agnes te laten wonen. Op de radio werd een auto ongeluk gerapporteerd. Het bleek dat Agnes in die auto zat en nu was ook zij naar De Hemel. Lara overleefde het ongeluk, maar de man van Agnes had dat geluk niet.

Manon raakte steeds dieper in een depressie. Ze was haar broer, zuster, moeder en schoonbroers verloren in korte tijd. Ze begon steeds meer te drinken. Trudie maakte zich zorgen. Zeker toen Manon wartaal begon uit te slaan. Lara had onverklaarbare blauwe plekken en schrammen.
“Heeft dat kind al niet genoeg doorstaan?”
-“Ze doet het zelf Trudie. Er is iets mis met dat kind, ik zweer het je, ze is net zo gek als Marie”.
“Jij bent net zo gek als Marie. Steeds maar weer aan de fles. Moet ik soms de kinderbescherming inschakelen voor jou? Zoals je bij Marie hebt gedaan?”
-“Je gelooft me niet”
“Je bent dronken Manon, morgen haal ik Lara op. Jij kan niet langer voor dat kind zorgen”
-“Daar bewijs je mij alleen maar een dienst mee. Ik ben die etterbak liever kwijt dan rijk. Ik heb haar zolang verdedigd Trudie. Ik wilde het niet zien. Maar ik weet dat zij rattengif in het voer van Sjakie heeft gedaan. Dat kind is niet goed”.
Trudie schudde haar hoofd. Duidelijk implicerend dat Manon niet goed bij haar hoofd was.

De weken erna begon Trudie te twijfelen aan haar beslissing om Lara in huis te nemen. Het kind gaf haar de bibbers. Steeds maar aan het praten tegen die enge porseleinen pop. Haar kerngezonde kat had op een dag dood in zijn mandje gelegen en haar parkietjes legden niet veel later het loodje. Soms werd Trudie midden in de nacht wakker en meende dan de pop op haar nachtkastje te zien. Ze weet het aan de stress.
Ondertussen bleef Lara’s lerares vragen hoe het meisje aan al die schrammen en blauwe plekken kwam. Trudie kon het niet verklaren. Zelfs als Lara haar het bloed onder de nagels vandaan haalde, raakte ze het kind nog niet aan. Trudie geloofde niet in corrigerende tikken en al helemaal niet in slaan. Ze begon zich af te vragen of Manon gelijk had en of Lara het zichzelf aan deed. Het antwoord liet niet lang op zich wachten.

Het was 3 uur in de nacht. Trudie werd wakker en meende de pop op haar nachtkastje te zien. Vlug deed ze de lamp aan en de pop zat er inderdaad. Een onschuldig glimlachje geschilderd op het sneeuwwitte gezicht. Lara had blijkbaar op de grond gelegen en stond op. Ze had diepe krassen in haar armen. Geschrokken pakte Trudie haar vast.
“Meisje, wat is er, wat is er gebeurd? Blijf hier, ik pak mijn ochtendjas en dan gaan we gelijk naar het ziekenhuis!”
-“Nee”.
Trudie keek op. Een voet in een slof, de ander in de lucht.
Lara had een mes in haar hand.
“Ik wil naar De Hemel. Alles is goed in De Hemel. We gaan er met zijn allen heen…”
-“Ja natuurlijk schat, maar niet nu!”
Trudie wilde Lara het mes afpakken. Bang dat het kind zich van het leven zou beroven.
Lara had het mes inderdaad in de lucht, maar niet gericht op zichzelf.

Manon had zich verslapen voor het werk en negeerde de telefoon die maar bleef rinkelen. De deurbel ging en daar stonden twee agenten. Lara zat in de auto, glimlachend, Esmee op schoot, zwaaiend. Manon wist dat zij volgende was. Ze rende de keuken in en sneed zichzelf de polsen door, verticaal. Over haar dode lijk, dat een kind haar van haar leven zou beroven. Lara vroeg aan de agent wanneer ze haar moeder weer kon zien. Ze wilde alleen nog even haar moeder zien. Dan zou alles weer goed komen. Alleen nog zij tweetjes en dan was de familie weer compleet. Met zijn allen. In De Hemel.